Nieuws

Steeds minder honden en katten worden gevaccineerd

01-08-2019

In Nederland is het vaccineren van huisdieren niet verplicht. Ongeveer 60% van de honden en maar 20-25% van de katten worden gevaccineerd. Steeds meer eigenaren kiezen ervoor om hun hond of kat niet te vaccineren omdat ze bang zijn voor bijwerkingen door diverse verhalen die circuleren op internet of social media. Het stoppen met vaccineren heeft echter niet alleen een nadelig effect op de ongevaccineerde hond of kat zelf, maar op de hele honden en kattenpopulatie in Nederland! 

Het belang van vaccineren

Vaccineren valt onder de preventieve gezondheidszorg. Door te vaccineren wordt uw hond of kat als individu beschermd tegen ziektes en draagt u ook bij aan de zogenaamde “kudde-immuniteit” waardoor ziektes zich minder makkelijk kunnen verspreiden door het land. De afgelopen tijd zijn er ziektes gediagnosticeerd bij honden die al lange tijd niet meer in Nederland voor zijn gekomen. Dit waren incidentele gevallen, maar de kans bestaat dat het er steeds meer gaan worden doordat ziektes makkelijker verspreiden door de dalende beschermingsgraad van de populatie.

Denk aan de kleintjes

Niet alleen onder eigenaren, maar ook bij fokkers heerst er angst voor vaccineren. Er zijn fokkers die tegen bepaalde vaccinaties zijn en pups alleen meegeven aan mensen die beloven deze niet te geven of fokkers die de eigenaren verplichten om te titreren. Het eigen immuunsysteem van puppy’s en kittens is vlak na de geboorte nog onvoldoende ontwikkeld waardoor ze erg gevoelig zijn voor virussen die in de omgeving rondgaan. In de eerste levensweken worden de kleintjes beschermd door antilichamen uit de moedermelk. De hoeveelheid antilichamen die in de melk zitten is afhankelijk van de hoeveelheid antilichamen in het bloed van de moeder, ofwel de antilichaamtiter van de moeder. Deze antilichaamtiter wordt bepaald door de vaccinatiestatus van de moeder. Wanneer ze niet of te lang niet gevaccineerd is zal deze lager zijn dan wanneer ze volgens schema is gevaccineerd. Omdat het per nestje en per afzonderlijke pup verschillend is tot wanneer de antilichamen van de moeder voldoende bescherming bieden, is het van belang om op tijd te beginnen met het vaccineren van pups en kittens. Deze vaccinatie moet enkele keren herhaald worden om er zeker van te zijn dat er niet alleen een tijdelijke, maar ook een langdurige bescherming bereikt is na het volledig ontwikkelen van het eigen immuunsysteem.

Titeren voor het vaccineren

Om goed beschermd te zijn is het van belang om een voldoende hoge antilichaamtiter in het bloed te hebben. Op basis van de werkingsduur is er een vaccinatieschema ontwikkeld waarbij verzekerd wordt dat de antilichaamtiter op peil blijft, maar omdat dit bij honden en katten onderling kan verschillen is het tegenwoordig ook mogelijk om honden te vaccineren op basis van titreren.  Om een antilichaamtiter te testen in het bloed zijn er verschillende testen op de markt, waaronder de VacciCheck die wij zelf gebruiken. Met deze test kan worden bepaald of er nog voldoende antilichamen aanwezig zijn tegen parvo (canine parvovirus, CPV), hondenziekte (canine distempervirus, CDV) en besmettelijke leverziekte (canine adenovirus, CAV). Wanneer er uit de test blijkt dat de antilichaamtiter voldoende hoog is kan het vaccineren voor een bepaalde tijd uitgesteld worden. Honden moeten wel jaarlijks gevaccineerd worden tegen de ziekte van Weil (leptospirose), hier is dan ook geen test voor beschikbaar.

Bron: NOS 15 juni ‘Inenting-angst’: de vaccinatiegraad daalt onder huisdieren